De Hoffmann-ringoven is genoemd naar bouwmeester-ingenieur Friedrich Eduard Hoffmann (1818-1900). In 1859 kreeg
Hoffmann in Pruisen en Oostenrijk een patent voor de uitvinding van een ringvormige oven voor het continu branden van alle soorten stenen, aardewerk, kalk, gips en dergelijke.
De Hoffmann-ringoven was een continue oven: hij brandde 24 uur per dag, 7 dagen per week en 365 dagen per jaar.
De uitvinding bracht dan ook een revolutie teweeg in de productie van bakstenen: dankzij een lager energieverbruik en minder arbeidsinzet steeg de productiviteit sterk, terwijl de kwaliteit en uniformiteit van de bakstenen verbeterden.
Voorafgaand aan deze uitvinding werden bakstenen in periodieke ovens, ook wel veldovens genoemd, gebakken. In
veldovens was men verplicht om het vuur na het bakken van de stenen steeds volledig te doven: het vuur brandde
hier niet continu.
In de hoge-inkomenslanden werden in de tweede helft van de twintigste eeuw de meeste Hoffmann-ringovens vervangen
door tunnelovens, gepatenteerd in 1877 door de Duitser Otto Bock. De tunneloven heeft als groot voordeel dat hij
volledig kan worden geautomatiseerd. De energie-efficiëntie van een tunneloven is echter niet beter dan die van een
Hoffmann-ringoven. De tunneloven heeft als nadeel dat hij nog duurder is om te bouwen dan de Hoffmann-ringoven.
Lees meer over de Hoffmann-ringoven vandaag
In een Hoffmann-ringoven blijven de bakstenen waar ze zijn en reist het continue vuur rond. In een tunneloven
daarentegen is het continue vuur stationair en reizen de bakstenen rond.
In sommige hogemiddeninkomenslanden zoals China is de hybride Hoffmann-ringoven nog steeds het dominante
oventype.
In de lage(midden)inkomenslanden zijn de hybride Hoffmann-ringovens brandend actueel omdat ze door hun
energie-efficiëntie en rookloze baksteentechnologie in sterke mate kunnen bijdragen tot het terugdringen van
de broeikasgassen.